MC vragen Elektrisch Epileren

 
**

1 Methoden met blijvend resultaat zijn: a - diathermie, b - flash en c – blend     

A             a en b zijn juiste antwoord

B             b en c zijn juist

C             a, b en c

2 Voor diathermie gebruiken we de volgende stroomsoort(en)

A             HF wisselstroom

B             HF gelijkstroom

C             HF Interferente stroom

3 Bij de Blendmethode gebruiken we

A             gelijkstroom en electrolyse

B             gelijkstroom en wisselstroom

C             wisselstroom HF

4 Bij de diathermie methode maken we gebruik van warmte/hitte. Dit noemen we:

A             coaguleren

B             copuleren

C             dissociëren

5 Tijdens het electrolyse proces ontstaat o.a. HCl. Welk antwoord is juist?

A             naaldhouder om haarfollikel op te lossen

B             handelektrode voor betere geleiding

C             handelektrode, eventueel te neutraliseren met zeep

6 Op welke methode slaat bovenstaande vraag?

A             diathermie

B             flash

C             blend

7 Bij de negatieve pool tijdens het blenden:

A             ontstaat loog

B             ontstaat loog en warmte

C             ontstaat zuur en warmte

8 Het bepalen van een pijnpunt passen we bij de volgende methode(n) toe:

A             diathermie en flash

B             diathermie en blend

C             blend

9 Kenmerkend voor de diathermie methode is:

A             vernietiging door hitte

B             vernietigen door loog

C             door hitte en loog

10 Stel diathermie, stand 7, welke tijden zijn dan toegestaan

A             minder dan 5

B             minder dan 10

C             minder dan 12

11 Waarom is diathermie meestal pijnlijker dan blend?

A             omdat er geen elektrolyse wordt gebruikt

B             blend onder pijngrens wordt ingeregeld

C             beide antwoorden zijn juist

12 Zowel bij diathermie als blend gebruiken we hf – wisselstoom, welk antwoord is onjuist

A             om te coaguleren bij diathermie

B             om te coaguleren bij het blenden

C             om loog te verwarmen

13 Bij een gevoelige tot allergische huid gebruiken we bij voorkeur tijdens het blenden:

A             Blendnaalden

B             rvs naalden

C             vergulde naalden

14 De juiste naaldkeuze zou b.v. zijn K4, maar die heeft U niet. U wijkt uit naar?

A             k3

B             k5

C             maakt nieuwe afspraak

15 Brandwondjes ontstaan veelal omdat:

A             er te ondiep wordt ingestoken

B             apparaat te hoog is afgesteld

C             te lange naald wordt gebruikt

16 Lanugo haar ontstaat

A             voor week 14 vrucht

B             na week 14

C             na 7 maand zwanger

17 Onder terminaal haar verstaan we

A             zacht mergloos haar

B             gepigmenteerde haar

C             Telogeen haar

18 De wortelschede is:

A             haar dat in de huid zit

B             haar dat boven de huid steekt

C             weefsel tussen matrix en follikelwand

19 De groeifase, waarin de haar het beste geëpileerd kan worden is

A             anagene en katagene fase

B             katagene fase

C             anagene fase

20 Het ACTH/adrenocorticotroop hormoon werkt op haargroei:

A             stimulerend

B             remmend

C             heeft geen invloed

21 Testosteron is:

A             een vrouwelijk hormoon

B             een mannelijk hormoon

C             beide

22 Hypotrichose kenmerkt zich bij vrouwen door:

A             toenemende haargroei

B             stagnatie haargroei

C             verminderde haargroei

23 Effluvium kenmerkt zich door:

A             toenemende haargroei

B             stagnatie haargroei

C             verminderde haargroei

24 Hypertrichose komt voor bij m.n.:

A             mannen

B             vrouwen

C             beiden

25 Hirsutisme kenmerkt zich door:

A             versterkt vrouwelijke haargroei

B             versterkt mannelijke haargroei

C             androgene Alopecia

26 Het toedienen van oestrogenen kan een therapie zijn bij:

A             Hirsutisme

B             Alopecia

C             Hypotrichose

27 Iatrogeen betekend

A             medicamenteuze oorzaak

B             onbekende oorzaak

C             congenitale oorzaak

28 Wanneer een vrouw last heeft van Hirsutisme, welk antwoord is dan onjuist

A             kans op minder haargroei op hoofd

B             een zwaardere stem

C             een droge/vetarme huid

 

29 Apperceptie is

A             een bewuste gewaarwording

B             een onbewuste gewaarwording

C             een reactie op een gewaarwording

30 Wanneer een klant een garantie wil hebben op een wegblijven haargroei, dan is de keuze

A             opereren

B             Blendmethode

C             garantie is niet mogelijk

31 Een absolute contra-indicatie is

A             zwangerschap

B             tumor

C             epilepsie

32 Wanneer de haren bij diathermie niet loslaten, dan is de oplossing:

A             bepaal een nieuw pijnpunt

B             zet de electrolyse hoger

C             verleng de tijd

33 Klant heeft een diep liggende haar, vergelijkbaar met een mannenbaard.

     De haar laat na 20 sec. los. Wat is de electrolyse stand in mA.

A             30 : (20x10) = 0,15

B             45 : (20x10) = ca. 0,2

C             60 : (20x10) = 0,3

D             80 : (20x10) = 0,4

34 Bij lichte haargroei kunt u t.a.v. het nalogen kiezen uit:

A             1 tot 2 sec.

B             1 tot 3 sec.

C             achterwege laten

35 Kataforese behandeling is:

A             een nabehandeling met de minpool

B             een nabehandeling met de pluspool

C             een nabehandeling met beide polen

36 Voor thuis geeft U als advies:

A             haargroei remmende preparaten

B             terugkomende haartjes er uit trekken

C             make-up met zonnefactor te gebruiken

37 Het eindresultaat na een behandeling zal zijn:

A             onrustige bobbelige huid

B             een sterk doorbloede huid

C             egale huid met kleine witte puntjes

38 En blendnaald van het type SD is bedoeld voor:

A             dunne haar ondiep                            B  dunne haar middeldiep

C             dunne haar diep                 D  dunne haar zeer diep

E              body techniek                     F   wenkbrauwen

39 Pijn is

A             een subjectief, individueel gegeven

B             te bepalen door het eerst zelf te ervaren

C             controleerbaar en min of meer te zien

40 Opiaatreceptoren komen voor:

A             epifyse

B             thalamus

C             bestaan niet

41Regressieve ontharingsmethoden zijn gebaseerd op:

A             Op producten op basis van enzymen

B             Op basis van hormonen zoals de Dianapil

C             op basis van keratolitische werking

 

42     Slechte geleiders zijn:

A             Isolatoren

B             Vetten

C             Metalen

43    Transseksuelen kunnen aangesloten zijn bij de stichting:

A             Tender

B             Gender

C             Geen van beide

44     De pijn kunnen we beïnvloeden d.m.v.

A             Behavioristische model

B             Door niets te zeggen

C             Is niet te beïnvloeden

45     Een absolute contra-indicatie bij het Blenden is:

A             Tumor

B             Pacemaker

C             Zwangerschap

46     Stel,U epileert iemand, die zwanger is, welke blijvende methode zou U dan kiezen?

A             Automatische pincet

B             Blendmethode

C             Diathermie

47     Het ontstaan en ontwikkelen van de haar :

A             Begint in week 6 in het mesoderm

B             Begint in week 9 in het ectoderm

C             Beide antwoorden zijn onjuist

48      De bodem van de haarfollikel waar cellen tot differentiëren heet:

A             Haarpapil

B             Medulla

C             Matrix

49      De Musculus arrector pili:

A             Zorgt er voor, dat de haar in de telogene fase uit kan vallen

B             Trekt de haar rechtop wanneer het koud is

C             Is een dwarsgestreepte onwillekeurige spier

50     Effluvium en Alopecia zijn voorbeelden van:

A             Haarafwijkingen veroorzaakt door ras en erfelijke oorzaken

B             Vorm van toenemende haargroei  bij mannen en vrouwen

C             Vorm van afnemende haargroei bij mannen en vrouwen

51     Bij/na zwangerschap kan een vorm van Effluvium optreden: dit noemen we

A             Anagene Effluvium

B             Katagene Effluvium

C             Telogene Effluvium

52     Wanneer een man een kale kruin heeft, dan spreken we over een:

A             Een androgene Alopecia

B             Een Alopecia Areata

C             Een sacrale Alopecia

53     Wanneer we bepalen dat de oorzaak van Hirsutisme Ideopatisch is, dan wil dat zeggen:

A             Dat we niet weten wat de oorzaak is

B             Dat er teveel androgene hormonen zijn

C             Medicijnen als oorzaak aan te merken zijn

54     Tierfellnaevus is een vorm van:

A             Congenitale vorm van Hypertrichose

B             Congenitale vorm van Hirsutisme

C             Verworven vorm van Hypertrichose

55     Haargroeiremmend zijn de hormonen:

A             ACTH/adrenocorticotroop hormoon

B             Somatropine

C             Thyroxine

 

56     Productie van androgenen bij de vrouw vindt plaats in:

A             Bijnieren

B             Schildklier

C             Bijnieren en ovarium

57        Cyproteron acetaat is een stof die we gebruiken bij:

A             Om oestrogeen productie te stimuleren

B             Om androgeen receptoren te blokkeren

C             Is alleen bedoeld bij acne behandeling

58     De J. Lack methode kenmerkt zich o.a. door:

A             HF, pulserende gelijkstroom en 1 pedaal

B             HF, positieve gelijkstroom en geen pedaal

C             Pulserende HF en geen pedaal

59     Volgens de HAM code mogen epilatie naalden na gebruik:

A             In een wegwerpcontainer worden gedaan

B             Gedesinfecteerd in een kogelsterilisator en alcohol aan klant mee te geven

C             Beide antwoorden zijn onjuist

60     De desinfectie vloeistoffen voor de instrumenten die U gebruikt, moeten voldoen aan:

A             Het hebben van het juiste N nummer

B             Het hebben van het juiste RVG nummer

C             Het hebben van de juiste CE markering

61           De desinfectie vloeistoffen voor de niet intacte huid die U gebruikt, moeten voldoen aan:

A             Het hebben van het juiste N nummer

B             Het hebben van het juiste RVG nummer

C             Alcohol 70%

62     Na het desinfecteren van de te epileren huid gaat U:

A             Er voor zorgen dat deze vochtig blijft voor betere stroomgeleiding

B             Juist drogen voor een beter stroomgeleiding

C             Beide antwoorden zijn onjuist

63     Volgens de HAM code dient U bij het ontharen:

A             Handschoenen te dragen

B             Disposable handschoenen, naalden en tegenelektrodemateriaal te gebruiken

C             Disposable naalden te gebruiken

64     NaCl is uit elkaar gevallen in Na+ en Cl-. De Na+ gaat door de gelijkstroom naar de:

A             + pool en vormt daar HCl

B             _ pool en vormt daar NaOH

C             _ pool en vormt daar NaCl

65     Voor elektrisch ontharen kunnen we de volgende stroomsoorten gebruiken:

A             Wisselstroom met meer dan 100.000 Hz en gelijkstroom

B             Wisselstroom, gelijkstroom of interferente stroom

C             Wisselstroom en gelijkstroom

66     I.P.L. is een ontharingsmethode, gebaseerd op:

A             energie/warmte in follikel brengen met IR laser

B             idem met UV laser

C             idem met lichttechniek

67     Kenmerkend voor boven genoemde methoden is:

A             Dat de huid gekoeld moet worden

B             Alle haartypen verwijderd kunnen worden

C             De meeste ziekenfondsen de kosten vergoeden

68     In welke fase is de haargroei niet in rust:

                A             anagene fase

                B             katagene fase

                C             telogene fase

69     Waaruit bestaat een haar van buiten naar binnen?

                A             Cuticula, cortex, medulla

                B             Membrana, cortex,        Curticula, Medulla

                C             Cortex, Curticula, Medulla

 

70     Wat is het Membrana vitrae?

                A             hyaline kraakbeen

                B             hyaline glasmembraan

                C             epitheelweefsel
71     Stand thermolyse 2, loogeenheden 45, tijd 9

                A             0,5 mA

                B             0,4 mA

                C             0,2 mA

72     Wat is o.a. kenmerkend bij  de Joanna Lack methode?

                A             lange continue stroomtijd, lage stand, met 1 pedaal

                B             hoge pulserende stroomsterkte, korte tijd, geen pedaal

                C             lage stroomsterkte, korte stroomtijd, lage frequentie, met 2 pedalen
 
 

1

 

13

 

25

 

37

 

49

 

61

 

2

 

14

 

26

 

38

 

50

 

62

 

3

 

15

 

27

 

39

 

51

 

63

 

4

 

16

 

28

 

40

 

52

 

64

 

5

 

17

 

29

 

41

 

53

 

65

 

6

 

18

 

30

 

42

 

54

 

66

 

7

 

19

 

31

 

43

 

55

 

67

 

8

 

20

 

32

 

44

 

56

 

68

 

9

 

21

 

33

 

45

 

57

 

69

 

10

 

22

 

34

 

46

 

58

 

70

 

11

 

23

 

35

 

47

 

59

 

71

 

12

 

24

 

36

 

48

 

60

 

72

 

18 fout is ongeveer een 6